Koreaanse Benamingen Richtingen

 

Oen (wen) links
Oreun (oROEN) rechts
Ap voorwaarts
Dwit (dwiet) achterwaarts
Yeop (jop) zijwaarts
Naeryo (NERjoo) neerwaarts
Ollyeo (OLjo) opwaarts
Sosum Van onderen schuin naar voor
An binnenwaarts (t.o.v. jezelf)
Bakat (BAkat) buitenwaarts (t.o.v. jezelf)
Seweo (seeWo) vertikaal (Hand vertikaal)
Eopeun (oPOEN) horizontaal (handpalm naar beneden)
Jeochyo (dzjoTSJOO) omgekeerd (handpalm naar boven)
Bandae (banda) tegengesteld gericht (t.o.v.het achterste been)
Baro (baaROO) gelijkgericht (t.o.v. het achterste been)
Nooleo (noeLo) (Van boven naar beneden) drukkend, duwend
Dollyo (DOljo) cirkelend, draaiend
Momdollyeo met draaiing via de rug om de lichaamsas
Twieo (twieO) vliegend, gesprongen
Biteuro Verdraaid
Eolgool hoog; gedeelte boven de sleutelbeenderen (Hals, nek, hoofd)
Momtong midden; gedeelte van het lichaam vanaf de sleutelbeenderen tot de navel
Area laag; gedeelte van het lichaam onder de navel
Hechyo Uit elkaar
Dangsang Na elkaar
Gawi Schaar
Mikeurembal Snelle houdingsverandering door verplaatsing van beide voeten
Keuro olligi Omhoog heffen
Jabbo keulmyo vasthouden en trekken
Jabgo Vasthouden
Dangyo Tegenstander vastpakken en naar zich toetrekken; omgekeerd opwaarts